gérard grisey : over "vortex temporum"

version française
 

voor piano en vijf instrumenten (1994-1996)

De titel, Vortex Temporum («Maalstroom van de Tijd»), verwijst naar de onophoudelijk rondcirkelende arpeggio's en hun metamorfose doorheen het werk.

Ik heb getracht hier dieper in te gaan op mijn recent onderzoek betreffende het gebruik van hetzelfde materiaal op verschillende tijdstippen. Gegeven zijn drie klinkende archetypen die Vortex Temporum bepalen :

- de sinusgolf als een oorspronkelijk evenement en twee gerelateerde gebeurtenissen: de aanslag met of zonder nagalm en de aangehouden toon met of zonder crescendo

- drie verschillende spectra : een harmonisch spectrum, een “uitgewaaierd” niet-harmonisch spectrum en een “samengeperst” niet-harmonisch spectrum

- drie verschillende tempi: ordinario, min of meer uitgedijt en samengedrukt.

Buiten de initiële wervelende formule direct ontleend aan Daphnis et Chloé , deed de vortex me denken aan een een harmonie gebaseerd op de vier noten van het verminderd septiemakkoord , het rotatieve akkoord bij uitstek.

En inderdaad, als men elke noot om beurt als leidtoon beschouwt, zijn er veel modulaties mogelijk. Opgelet, het gaat hier niet om tonale muziek, maar wel om het ontdekken van wat in zijn werking nog actueel en vernieuwend kan zijn. Zo staat dit akkoord op de kruispunt van de drie harmonische reeksen hierboven beschreven en bepaalt het de verschillende transposities. Het speelt dus een cruciale rol in het ontstaan van de toonhoogten in Vortex.

Dit verminderd septiemakkoord vindt men letterlijk terug in de vier frequenties van de piano die een kwarttoon lager gestemd zijn. Deze aantasting van het 'heilige' temperament van de piano maakt een vervorming van de klankkleur mogelijk en een betere integratie van de verschillende micro-intervallen die in het werk voorkomen.

De hierboven geciteerde archetypen circuleren in Vortex Temporum van de ene naar de andere beweging in verschillende tijdseenheden: de menselijke (de tijd van de taal en van de ademhaling), die van de walvissen (de periodes van het slaapritme) en die van de vogels of de insecten (de meest extreme, samengeperste tijd waar de contouren vervagen).

Dankzij deze imaginaire microscoop kan een toonhoogte in klankkleur overgaan, een akkoord in een spectraal complex en een ritme in een deining van onvoorspelbare lengtes. De drie secties van de eerste beweging opgedragen aan Gérard Zinsstag, ontwikkelen drie aspecten van de geluidsgolf, welbekend onder akoestici als de sinusgolf (de wervelende formule), de vierkante golf (de gepunteerde ritmes) en de golf met haaientanden (de piano solo). Zij staan voor een tijd die ik als feestelijk zou bestempelen, de tijd van de articulatie, van het ritme en van de menselijke ademhaling. Alleen het deel van de piano vraagt het uiterste van de virtuositeit.

De tweede beweging, opgedragen aan Salvatore Sciarrino, herneemt eenzelfde materiaal over een zeer uitgerokken tijdsbestek. Dit initiële archetype strekt zich uit over de hele duur van de beweging.

Ik heb in de traagheid een gevoel van ruimte en duizeligheid trachten op te wekken. De opstijgende beweging van de spectra, het volgen van de grondtonen in chromatische dalende lijnen en voortdurende filtratie van de piano veroorzaken een soort van dubbele rotatie, een continue schroefbeweging die zich in het oneindige voortslingert.

De eerste beweging die zich ontwikkelt in de discontinuïteit van verschillende types van golven staat diametraal tegenover de derde beweging, opgedragen aan Helmut Lachenmann, waarin een lang proces verschillende, bijna ondenkbare, interacties mogelijk maakt tussen de verschillende sequenties. Er ontstaat geleidelijk aan een continuïteit. Tegelijkertijd kan men in deze uitgedijde tijd een soort van projectie herkennen op grote schaal van de verschillende gebeurtenissen uit de eerste beweging. De reeds in de eerste beweging zwaar op de proef gestelde metriek wordt hier helemaal ondergedompeld in de maalstroom van de tijd. De spectra die aan de basis lagen van het harmonische discours en ontwikkeld werden in de tweede beweging ontsluieren hier hun textuur aan de luisteraar en laten toe binnen te dringen in een andere tijdsdimensie. De samengeperste tijd doet hier haar intrede onder de vorm van saturaties en laat de verschillende sequenties van de derde beweging op een andere schaal horen.

Tussen de verschillende bewegingen van Vortex Temporum zijn verschillende korte interludes gevoegd.

De ademhalingen, ruisklanken en sonore schaduwen die men hier kan horen zijn bedoeld om discreet de stilte te kleuren en om het op adem komen in te kleden van de luisteraar en de muzikanten. Deze behandeling van de wachttijd, van dat moment tussen de tijd van de luisteraar en dat van het werk, verwijst naar een gelijkaardige opzet in Dérives , Partiels of in Jour, Contre-jour . De geluiden op deze plaats zijn natuurlijk verwant met de morfologie van Vortex Temporum.

Het materiaal elimineren ten voordele van de pure duur is een droom die ik sedert verschillende jaren najaag. Vortex Temporum is misschien niets anders dan het verhaal van een arpeggio in de ruimte en in de tijd, voor en achter ons auditieve kader, en dat mijn in herrinering heeft rondgecirkeld tijdens de maanden waarin ik het werk schreef.

Gérard Grisey